12 -
eind september 2005
Op zondagavond 12 september arriveerden
we in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina. We wisten van andere reizigers
dat je op de parking van hotel OK Inn gratis kon kamperen, dus we hoefden
niet lang na te denken over waar we die nacht zouden gaan slapen. Gratis
overnachting, gratis toilet en douche én het belangrijkste van
allemaal: gratis gebruik van het zwembad! Niet te versmaden!
De volgende dag regelden we eerst onze visa voor Ghana en daarna stopten
we aan een garage, de 'auto clinique', omdat we even naar onze Goofy wilden
laten kijken. We hoorden immers al een tijdje een ‘klingel klangel’
geluid onderaan. Robert, de Duitse mecanicien (die van de ‘fanfarebus’)
had al eens gekeken en geluisterd en hij dacht dat het de achteras was.
Ook Stefaan mailde ons dat we waarschijnlijk gewoon de nippels moesten
laten invetten en dat het geluidje dan verholpen zou zijn. Dus, wij naar
de auto clinique en op een minuutje of tien zou het zaakje wel geregeld
zijn. Mooi niet, dus. Een van de eigenaars, een Libanees, stuurde meteen
een viertal jonge gasten onderin en die wisten ons te vertellen dat ons
achterdifferentieel olie verloor. De oliedichting bleek stuk te zijn en
volgens hen zou er ook een lager stuk zijn. Roland wist niet wat hij hoorde,
want we hadden zes maanden geleden een nieuw achterdifferentieel gestoken,
het was dus bijna onmogelijk dat er al een lager stuk was. Daar hadden
ze echter geen oren naar; de eigenaar zei dat hij dagelijks met dit soort
problemen te maken had en dat dit het lawaai veroorzaakte. Op dat moment
hadden we moeten inpakken en wegwezen, maar we twijfelden iets te lang
en voor we het wisten waren ze de zaak al helemaal aan het losdraaien.
Roland zei hen nog dat de lager niet stuk kon zijn, maar zij zouden het
wel eens even controleren. Het werd een hele klucht, want ze konden de
steekassen niet los krijgen. We probeerden hen duidelijk te maken wat
ze wel en niet moesten doen, maar zonder effect. Uren aan een stuk zaten
ze te sukkelen, Roland wees hen er constant op dat ze de steekassen op
deze manier nooit los zouden krijgen, maar hij gaf het na een tijdje op,
omdat het hopeloos was; ze knikten telkens ‘ja, ja’, maar
sukkelden lustig verder. Uiteindelijk sprong er eentje op z’n brommertje,
om na een kwartier terug te komen met nog een ander gastje. En wonder
boven wonder, die wist meteen waar de klepel hing en na tien minuten waren
de steekassen los. Het achterdifferentieel werd gedemonteerd, en wat bleek?
Alles was nog prima in orde, de lager was natuurlijk niet stuk!
Het hele spel moest nu natuurlijk weer in mekaar worden gezet en er moest
nieuwe olie in het achterdifferentieel. We hadden hen al uitgelegd dat
het speciale LSD-olie moest zijn, maar ook dat schenen ze niet te begrijpen.
Alle olie was toch wel hetzelfde zeker? Wij wilden geen enkel risico meer
nemen, dus gaf Roland de olie die we zelf bijhadden.
Terwijl Roland aan de ene kant stond te
controleren of ze de steekassen weer vastzetten zoals het hoorde, zag
ik aan de andere kant dat ze vet onder onze olie aan het mengen waren.
Ik riep Roland, omdat ik al zo’n donkerbruin vermoeden had dat dit
niet helemaal katholiek was en die werd bijna gek toen hij zag wat ze
aan het doen waren. Stefaan had hem nog zo op het hart gedrukt alleen
de LSD-olie te gebruiken en er niets aan toe te voegen, omdat dat nefast
kon zijn voor het achterdifferentieel en we hadden die kerels hier met
handen en voeten uitgelegd dat we alleen deze olie en niets anders erin
wilden hebben en dan krijg je dit! En alsof we nog niet gefrustreerd genoeg
waren, kwam de eigenaar ons toen ook nog eens even, bij wijze van verontschuldiging,
doodleuk vertellen dat hun echte mecanicien, ook een Libanees, met vakantie
was en dat deze jongens eigenlijk maar hulpjes van de mecanicien waren.
Nu vraag ik je! Had ie dat niet kunnen zeggen toen we aankwamen?
Maar enfin, we hadden gelukkig nog een liter olie, die werd erop gezet,
de andere olie werd een aantal keer gefilterd, zodat er geen (of hopelijk
toch een te verwaarlozen hoeveelheid) vet meer inzat en Goofy was klaar
voor een testrit. Bleek het ‘klingel klangel’ geluid nog steeds
aanwezig te zijn, al deed hij het vaker niet dan wel. We hadden er ondertussen
onze buik van vol, we wilden hier zo snel mogelijk weg en zouden over
een paar dagen wel zien wat we aan het geluid konden doen.
De rekening werd gemaakt door de zogenaamde boekhouder en toen we die
gepresenteerd kregen, was de eigenaar plots nergens meer te bespeuren.
Hij zal waarschijnlijk wel geweten hebben wat er loos was, want ze vroegen
zo maar eens eventjes 50 euro voor een werk dat totaal overbodig was en
bovendien moesten we betalen voor onze eigen olie! Ok, dat van de olie
was een vergissing, zei de boekhouder, maar het was toch 50 euro, want
er zat een nieuwe dichting in en ze hadden meer dan vijf uren gewerkt.
Dan kennen ze mij nog niet. Geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht dat
te betalen en ik had geen zin meer in een lange discussie, dus werd het
kort en duidelijk: we zouden betalen voor het vervangen van de dichting
en daar bleef het bij en als ze dat niet wilden accepteren, dan zouden
we er desnoods wel de politie bijhalen om uit te leggen waarom we de rest
niet wilden betalen. Hij heeft niet lang hoeven twijfelen.
Onze eerste nare ervaring met onbekwame mecaniciens en hopelijk maken
we dat niet te vaak mee, want het heeft toch wel een paar dagen ons goed
humeur verpest. Een nieuwe mail van Stefaan stelde ons gelukkig weer een
beetje gerust. En als het even een beetje minder gaat, dan gebeurt er
toch altijd wel weer iets om je op te beuren, zoals ons ‘moeilijke
momenten schriftje’ bovenhalen bv. (heel erg bedankt aan iedereen
die er iets ingeschreven heeft, want het helpt echt!) of een heerlijke
duik in het zwembad, of twee andere overlanders die plots de parking opgereden
komen. Paul en Renate (www.gewoongaan.nl - zie ook links) reden weliswaar
in tegenovergestelde richting, terwijl wij op zoek waren naar medereizigers
om naar Zuid-Afrika te rijden via de westkust, maar we waren toch heel
blij om eindelijk andere overlanders tegen te komen. We hebben de hele
avond zitten te kletsen in de bar van het hotel en we besloten meteen
om nog een dag langer in Ouagadougou te blijven. Paul en Renate zouden
dan de daarop volgende dag met ons mee naar Bobo Dioulasso reizen, maar
jammer genoeg werd Paul ziek en daarom moesten ze een kamer in het hotel
nemen, zodat we uiteindelijk toch weer alleen onze weg verder zetten.
Renate bevestigde ons wel wat we al een
tijdje vermoedden: dat we eigenlijk nog een paar maanden te vroeg waren
om andere overlanders tegen te komen. En dat was toch wel een beetje een
zorg, want we wilden heel graag naar het zuiden rijden via de westkust,
maar ik wilde het eigenlijk liever niet alleen doen. Er waren, naar mijn
gevoel, te veel dingen die mis konden gaan (stukken krijgen aan de auto,
niet verder kunnen o.w.v. weggespoelde of extreem slechte wegen, enz.).
Roland is daar een heel stuk geruster in dan ik, maar het voelde gewoon
niet goed voor mij en ik had eigenlijk geen zin om met een constante ongerustheid
naar beneden te rijden. Onze gesprekken
gingen de laatste dagen dus nogal vaak over dit onderwerp en uiteindelijk
spraken we af om de uiteindelijke beslissing in Accra te nemen en ondertussen
te blijven hopen op het vinden ven medereizigers.
Via een mooie route reden we van Ouaga
naar Bobo, een heel aangenaam stadje. Het was er behoorlijk proper, vergeleken
met veel andere West-Afrikaanse steden en we konden heel relaxed door
de straten wandelen. De bedoeling was om een paar dagen in Bobo te blijven
om de was en de plas te doen en om dan verder te rijden naar de streek
rond Banfora. We wilden naar La Guingette, waar je in kristalhelder water
te midden van groene wouden; kan zwemmen, ook het Tengréla-meer
en de Karfiguéla waterval stonden op het programma. Daarna zouden
we dan doorrijden naar Ghana.
Het liep allemaal heel anders, want op onze derde dag in Bobo kwamen ineens
drie Landrovers de camping op gereden. We maakten kennis met Riccardo
(geboren in Mozambique en opgegroeid in Zuid-Afrika) en zijn vriendin
Jenny (Nieuw-Zeeland), Greg en zijn vriendin Lindsay (beide Zimbabwe),
Bruce en Kevin (allebei van Zuid-Afrika). Een héél leuke
bende.
Ze zijn op 2 september vertrokken in Londen
en na iets meer dan twee weken rijden, zitten ze al zover als wij na twee
maanden en een half. En laat hen nu net ook van plan zijn om naar beneden
te rijden via de route die wij wilden doen. Enige nadeel: zij reizen véél
sneller dan wij en willen al over een maand Angola binnen rijden. Een
groot dilemma voor ons dus, want ze nodigden ons meteen uit om met hen
mee te reizen en aan de ene kant was dit geweldig nieuws, maar er zaten
ook nadelen aan.
We hebben er met ons tweetjes lang over
gepraat en nagedacht, alle voor- en nadelen op een rijtje gezet en uiteindelijk
hebben we beslist om toch samen met hen verder te reizen tot in Luanda,
Angola. Daar zullen onze wegen splitsen, want zij rijden dan naar het
oosten, naar Zambia en wij rijden verder naar het zuiden, naar Namibië.
Dit betekent wel dat we onze planning helemaal moeten aanpassen en dat
we nu niet naar Ghana kunnen, want zij rijden rechtstreeks van Burkina
Faso naar Benin en vervolgens naar Lagos in Nigeria. Daar wonen vrienden
van hen en het is de bedoeling dat we daar een paar dagen uitrusten voor
we aan de grote doorsteek beginnen.
Aan de ene kant vind ik het natuurlijk héél jammer dat we
Ghana overslaan, maar ik heb proberen te luisteren naar m’n binnenkant
en die zegt me dat het goed is zo. Al de mannen uit de groep zijn ervaren
4x4-rijders, ze kennen een heleboel van automechanica en ze hebben ongelooflijk
veel materiaal bij in geval van een panne, dus dat geeft mij een heel
gerust gevoel. Maar wat eigenlijk echt de doorslag heeft gegeven, is dat
het zo’n toffe, zotte bende is. We voelden ons vanaf de eerste minuut
supergoed in hun gezelschap. Ze hebben allemaal ongetwijfeld een boeiend
verhaal te vertellen en wij zijn gretige luisteraars.
We hebben dus de neus van onze Goofy gekeerd
en zijn opnieuw richting Ouagadougou aan het rijden. Morgen koersen we
richting Benin. We zijn nog steeds twee heel gelukkige mensen, we zien
het helemaal zitten en kijken er enorm naar uit om een tijdje met dit
internationaal gezelschap op pad te gaan.
Tot de volgende keer! |