"Ik reis niet om ergens naar toe te gaan, maar om weg te gaan. Ik reis om te reizen." (Robert Louis Stevenson, Engels schrijver)
 

verslag 'Burkina Faso'
verslag 'Nigeria'
lees ook de reistips over Benin
zie ook de fotopagina over Benin
 
Hassan II tempel
 

Eind september 2005

Het was een heerlijk gevoel om in een konvooi van vier jeeps richting Benin te rijden. De eerste dag bracht ons tot een veertigtal km voor de grens, waar we een geschikt plekje zochten om te bushcampen. Vlak voor we de verharde weg af reden, passeerden we een zwaar bewapende politiepost. We schonken er verder geen aandacht aan, vonden een prachtige plek om te kamperen onder een baobab en genoten van de heerlijke avond en van het gezelschap.

De volgende ochtend bezorgden we de rest van onze groep hun moment van glorie, toen onze Goofy vast kwam te zitten in de modder. Craig moest er ons uittrekken met zijn Defender, tot grote hilariteit van de rest. Maar Roland kreeg zijn ‘weerwraak’, toen Craig 5 minuten later langs de kant van de weg moest stoppen omdat de waterslang gesprongen was. De Landrover-Landcruiser vete heeft vanaf de eerste dag voor de nodige grappen en grollen gezorgd, en dat zal de hele trip nog wel zo blijven.

Toen we aan de kant stonden te wachten tot de waterslang gerepareerd was, kwam plots de politiepatrouille aangereden die we de vorige avond gezien hadden. De machinegeweren van de in kogelvrije vesten gestoken politieagenten werden op ons gericht. Gelukkig bleek al snel dat wij niet degenen waren die ze zochten. Er zaten bandieten in de buurt, zeiden ze, en als wij in panne stonden, zouden ze wel even stoppen om er zeker van te zijn dat we veilig weer op weg konden. Bandieten in de buurt? En wij hadden daar de ganse avond en nacht onder onze baobab gekampeerd, en we waren niet bepaald stilletjes geweest, zonder dat we een levende ziel gezien hadden. Geluk? Of was het niet zo ernstig als de politie beweerde?

Onze route door Benin liep van noord naar zuid en het landschap was prachtig. Vlak na de grens ontdekten we een waterval waar we konden zwemmen. Super! Bruce verloor er wel zijn zonnebril en ik was m’n teenringetjes kwijt door de sterke stroming, maar toch was het zalig. (Zee, hiermee krijg je een nieuwe ontwerpopdracht!)

We waren nogal een bezienswaardigheid in de dorpjes. Alle werkzaamheden werden gestaakt als wij voorbij kwamen gereden, iedereen keek op en heel veel mensen en kinderen begonnen enthousiast te zwaaien en te roepen. We genoten volop van de rit. Ramen open, benen naar buiten, Bruce Springsteen uit de luidsprekers (Heidi, al onze medereizigers zijn echte fans, ze werden dus meteen onze beste vrienden, al kan dat, wat mij betreft, ook gelegen hebben aan het feit dat ze met een fles Amarulla rondreisden), een heerlijk gevoel van vrijheid, rust, geluk. (Lieve: at the age of 37, she realised she was riding through Africa, in a 4-wheel drive, with the warm wind in her hair! And she’s loving every moment of it!)

In Cotonou hadden we wat moeite om de ambassade van Nigeria te vinden en toen we er uiteindelijk aankwamen, werd er maar één woord gezegd voor het luikje weer dicht werd geschoven: c’est fermé. En het klonk allesbehalve vriendelijk. Toch maar wat aandringen, en na een tijdje kwam er een klein mannetje naar buiten die ons eerst wist te vertellen dat er alleen visa werden gegeven aan inwoners van Benin, en neen, we konden met geen mogelijkheid hier aan een visum geraken en evenmin aan de grens, maar als we er hier toch een zouden kunnen krijgen zou het ons 20000 CFA per persoon kosten en dan zouden we het op de dag van de aanvraag nog krijgen. We wisten genoeg. Maandag zou de consul er zijn vanaf tien uur, en wij ook.

Op naar Grand Popo voor een weekendje zon, zee en strand! We vonden een supergoedkope camping, het toilet liet wel wat te wensen over: drie muurtjes op het strand met in het midden een cementen bak met opening om in te richten. De stank was op den duur bijna niet meer te harden, maar het was wel a toilet with a view. De scampi’s waren echter overheerlijk en spotgoedkoop, net als het bier, en dat was genoeg voor de mannen. Bovendien liep Sebastien, de eigenaar, zich bijna de benen onder het lijf om het ons naar onze zin te maken. We hoefden maar te knikken, of hij was alweer onderweg om onze jerrycans te vullen met water, bier aan te voeren of te zorgen dat er voldoende water was voor een douche. We werden voortdurend omsingeld door een bende kinderen, wat aanvankelijk heel leuk was, maar op den duur begonnen ze toch wel een beetje té opdringerig te worden. We konden totaal niets meer op ons gemak doen en als we hen op een vriendelijke manier probeerden duidelijk te maken dat we wat meer privacy wilden om onze dingen te kunnen doen, schenen ze dat maar niet te begrijpen. We moesten Sebastien inschakelen om ze, bijna letterlijk, uit onze nek te krijgen, en hij was een heel stuk minder vriendelijk, maar het werkte.

Roland kreeg dat weekend een heuse verjongingskuur. Bruce, Craig, Kev en Rick kregen hem zover dat hij meedeed aan een partijtje touch-rugby (stikkapot was ie), cricket en ‘sandboarden’. Bruces snowboard werd uit een van de Defenders gehaald, ze maakten een lang touw vast aan de auto en op die manier werd hij voortgetrokken door het zand. Veel verder dan een paar meter kwam hij niet, zonder op z’n gat te vallen, maar hij had er enorm veel plezier in.

We twijfelden er geen seconde meer aan: het was echt de juiste beslissing om met deze mensen verder te reizen. We hebben het gevoel dat we meteen werden opgenomen in de groep, we zitten op dezelfde golflengte en er wordt zoveel plezier gemaakt, elke dag opnieuw. Het zijn echte entertainers, ze zitten vol grappen en streken. Als Bruce Afrikaans begint te spreken zoals de zwarten dat doen, lig je in een deuk en Kevin had stand-up comedian moeten worden. Die kerel is niet te doen; hij krijgt ons regelmatig plat. Héérlijke mensen, allemaal. Ze hebben trouwens ook een website: www.castlecowboys.com. De moeite om eens een kijkje te gaan nemen.

Ons visum voor Nigeria bemachtigen was zo’n beetje de processie van Echternach. Alles verliep tergend traag; het duurde al een half uur om met z’n achten binnen te geraken: fouilleren, gegevens noteren en een badge opgespeld krijgen. De consul bleek een echte arrogante kwal te zijn. Hij vroeg me hoe het kwam dat ik als getrouwde vrouw niet de naam van mijn man droeg. God had de vrouw gemaakt uit een deel van de man en alleen in een huwelijk konden man en vrouw één worden. Hoe kon ik nu één worden met mijn man als ik niet eens zijn naam wilde dragen? Ik had hem héél graag mijn mening willen zeggen, maar we hadden ons visum nog niet en het leek me niet zo’n goed idee om hem op stang te jagen.

Het duurde uiteindelijk nog tot bijna half vier voor we goed en wel op weg konden naar Nigeria. Op minder dan een uur waren we aan de grens. En daar begon de nachtmerrie. We mochten Benin niet uit, omdat a) de 3 Defenders geen verzekering hadden (Bruce had zijn carnet moeten afgeven en nu weigerden ze dat natuurlijk terug te geven) en b) ons visum voor Benin, dat maar 48 uur geldig was, verlopen was. Aan de grens met Burkina had de politie ons nochtans verzekerd dat we geen verlenging moesten aanvragen als we maandag het land zouden verlaten. Daar hadden ze hier niets mee te maken, zeiden ze. Ik werd bij de ‘chef’ geroepen en omdat ik de enige was die Frans sprak, kreeg ik de volle lading. Hij begon meteen te roepen en te tieren, er was geen sussen meer aan. We moesten maar terug naar Cotonou. Hij genoot zo van het feit dat hij het zich vanuit zijn machtspositie kon permitteren om me uit te kafferen. Maar dat maakte ons alleen maar meer vastbesloten om hier geen enkele CFA achter te laten. Het heeft héél wat voeten in de aarde gehad, een aantal onder ons werd een klein beetje moordlustig, maar uiteindelijk werden de carnets afgestempeld en kreeg ik de politie zover dat al onze paspoorten gestempeld werden, zonder een boete te betalen. In ruil voor mijn adres en de belofte dat ik met een van de agenten zou trouwen, werd de zaak geregeld.

verslag 'Burkina Faso'verslag 'Nigeria'
Geen frames zichtbaar? Klik hier voor de volledige versie.
Web design: Dominiek Croymans