"Zelfs van regelrechte rampen - op elke reis overkomen je die wel - kun je avonturen maken." (Marilyn French, Amerikaans schrijfster)
 

verslag 'Benin'
verslag 'Kameroen'
lees ook de reistips over Nigeria
zie ook de fotopagina over Nigeria
 
Hassan II tempel
 

DEEL 1

26 september – 5 oktober 2005

Vergeleken met de stresserende uren aan de Beninse kant van de grens, was de Nigeriaanse kant de hemel. Op ongeveer een half uur tijd waren de paspoorten en de carnets geregeld en hadden we alle security checks doorlopen. Dat had echter niets met onze charmes te maken, maar wel met Kevin en Linda, vrienden van Bruce, die in Lagos wonen. Kevin had voor ons niet alleen een begeleider gezorgd die ons doorheen de grensformaliteiten loodste, maar ook een officiële escorte van de grens naar Lagos; in elk voertuig zat een immigration official. Op deze manier werden we aan geen enkele road block tegen gehouden en reden we full speed richting Lagos.

Het grootste gedeelte van de rit legden we in het donker af. Het was een beetje een hectische rit met de potholes in de wegen en de gevaarlijke rijstijl van de Nigerianen, vooral in het donker, maar Roland was super relaxed. Hier reden we, op weg naar wat wel eens de gevaarlijkste stad van de wereld wordt genoemd, in het donker, met een officiële escorte in de auto. Super!

De vier heren hadden de opdracht gekregen ons af te leveren aan het Eko hotel ,zowat het duurste van heel Lagos, daar zouden Kevin en Linda ons opwachten. We parkeerden de Landy’s en Goofy op de parking en wilden naar het hotel lopen, toen we ineens de opdracht kregen opnieuw in de auto te gaan zitten en te vertrekken. Roland en ik wisten niet wat er aan de hand was, maar toen dat duidelijk werd, konden we onze ogen niet geloven: we moesten onze auto’s vlak voor het hotel parkeren, op de strook waar het bord ‘no parking’ staat! We hadden even het gevoel dat we Hollywood celebreties waren. De kennismaking met Kevin en Linda was heel hartelijk, ze hadden voor een koelbox vol Castles gezorgd, dus de mannen waren content. Na een tijdje was het tijd om naar ons nieuwe onderkomen voor de volgende week te gaan; we mochten namelijk bij Kevin en Linda logeren.

We hoeven jullie niet te vertellen dat we een superweek hebben gehad. We vielen van de ene verbazing in de andere en werden zo verwend, dat we bijna niet meer verder wilden reizen. Het appartement van Kevin en Linda is gigantisch groot, met 4 slaapkamers met eigen badkamer (onze slaapkamer was zo groot dat er met gemak 4 dubbele bedden in hadden gekund). Elke kamer van het appartement had airco en dat waren we absoluut niet gewoon; bij 21 graden bibberden we van de kou. Providence Court (het appartementencomplex) ligt in een heel rustige buurt van Lagos, op een van de eilandjes, ze hebben een huisman die heerlijk kookt en bovendien de was en de poets doet en in de tuin ligt een prachtig zwembad (waar we heel gretig gebruik van gemaakt hebben). De gastvrijheid van deze mensen kende geen grenzen. We leefden als prinsen, alles werd voor ons gedaan, we kregen de heerlijkste maaltijden voorgeschoteld en Kevin stelde ons zelfs elke dag een chauffeur ter beschikking om ons overdag rond te rijden, zodat we alles wat we moesten doen, konden regelen zonder dat we zelf onze weg door Lagos moesten zoeken. En hij ging nog verder: een aantal medewerkers in zijn bedrijf werd ingeschakeld om dingen voor ons uit te zoeken. Ongelooflijk! Roland en ik voelden er ons in het begin héél ongemakkelijk bij; wij waren tenslotte vreemden voor hen, maar voor hen leek het de normaalste zaak van de wereld. Afrikaanse gastvrijheid kent echt geen grenzen. We zijn Kevin en Linda zo dankbaar voor alles wat ze voor ons gedaan hebben en het zijn twee mensen die we zeker altijd in ons hart zullen blijven dragen. We hadden heel leuke gesprekken met hen en er werd heel wat afgelachen. We hopen dat ze ooit op onze uitnodiging zullen ingaan om naar België te komen en een tijdje bij ons te logeren, zodat we tenminste iets kunnen terug doen.

Op onze tweede avond bij hen werd er een heuse braai georganiseerd. Ik moet zeggen, ik heb nog nooit in m’n leven zo’n goede bbq meegemaakt. Kevin brengt al het vlees dat zij eten, mee vanuit Zuid-Afrika elke keer als hij terugvliegt en ik kan volledig begrijpen waarom. Je vindt nergens zo’n lekker, sappig vlees als daar.
De volgende avond waren we uitgenodigd bij vrienden van Kevin en Linda voor opnieuw een braai. Het waren bijna allemaal Zuid-Afrikanen die door de computerbedrijven waarvoor ze werken, in Lagos geplaatst zijn voor korte of langere periodes. Uit de gesprekken die we met hen hadden, konden we afleiden dat Nigeria niet meer zo’n gevaarlijk land is als vaak beweerd wordt, maar Lagos is ‘a crazy city’. Het is de tweede grootste stad ter wereld, de kloof tussen arm en rijk is gigantisch (je hebt hier vier categorieën: straatarm, arm, rijk en héél rijk) en het verkeer is hallucinant, een echte nachtmerrie. De rit van Kevins appartement naar zijn kantoor duurt normaal gezien 10 minuten, maar neemt vaak een uur in beslag. Op Victoria Island, waar Kevins kantoor gevestigd is, is het de ganse dag door bumper rijden. Het lijkt alsof er totaal geen verkeersregels zijn en ‘s avonds zijn er overal road blocks. We maakten er ook een paar mee als we ’s nachts terug naar huis reden, maar dankzij de tips van Kevin viel het allemaal behoorlijk mee (ramen slechts een klein beetje opendraaien, zodat je kan horen wat ze zeggen - als ze je rijbewijs vragen, houd je het tegen het raam, maar je geeft het hen nooit in hun handen, want dan kost het je heel veel geld om het terug te krijgen – deuren gesloten houden, want onder geen enkele voorwaarde laat je ooit een politieagent in je auto – als ze vragen of je iets voor hen hebt, zeg je: ‘Ja, ik heb Gods zegen voor je’ en dat helpt – als je een brommer raakt (wat wel eens zou kunnen gebeuren, want het krioelt hier van de brommers en je zou moeten zien hoe die zich door het verkeer manoeuvreren), gas geven en niet omkijken, want als je stopt, word je omsingeld door honderden van die gasten en die zijn niet echt geïnteresseerd in een babbeltje).

Je kan heel duidelijk merken dat er héél veel geld zit in Lagos, maar toch wordt er niets gedaan aan de erbarmelijke staat van de wegen. De rioleringen lopen links en rechts van de straten, maar niemand doet de moeite om ze in fatsoenlijke staat te houden, met als gevolg dat ze overlopen als het hevig regent, waardoor de straten blank komen te staan. Soms is het zo erg dat je er alleen met een 4x4 door komt.
Er zijn 96 verschillende soorten banken in Lagos, maar bijna geen enkele heeft een bancontact waar je met een internationale kaart geld kan afhalen. Bijna alle grote bedrijven hebben hun eigen bank, want niemand vertrouwt de Nigeriaanse banken.
Als je iets zou invoeren in Nigeria, is de kans zeer groot dat de helft (of alles) verdwenen is tegen de tijd dat je het zou moeten krijgen. En volgens Kevin is de werkdruk hier groter dan in Europa. Niets voor ons dus. In Europa is het al erg genoeg. Er zijn volgens Kevin ook heel wat expats die het leven hier niet volhouden en zelfs na slechts een paar dagen Lagos, kan ik me dat heel goed voorstellen.

We regelden onze visa voor Kameroen en Congo DRC in Lagos en kochten twee modderbanden voor onze Goofy, want we hadden er maar twee bij en gezien het traject dat we nog gaan afleggen, was het geen slecht idee om er nog twee bij te kopen. Jimbo, een van de chauffeurs, ging met ons mee naar het vasteland, naar de plaats waar alle banden te koop zijn (ik heb er nog nooit zoveel bij mekaar gezien). Het was een belevenis! Vlakbij lag de markt, waar je werkelijk alles kan kopen. Het krioelt er van de Nigerianen (wij waren de enige blanken die er rond liepen) en constant wordt er op je ‘geroepen’. In België roepen wij op die manier op onze honden, maar hier is dat blijkbaar de gewone manier van omgaan met elkaar. Je wordt er gek van het getoeter van brommers en busjes en je moet op elk moment op je hoede zijn, daarom waren we heel blij dat Jimbo bij ons was. Absoluut geen plek om ’s avonds eens een ommetje te komen maken, je komt er zeker niet zonder kleerscheuren weer weg. Ik vond het alleen zo vreselijk jammer dat ik m’n fototoestel op de kamer had laten liggen, want dat waren unieke foto’s geweest.

Na een week van luxe en verwennerij, is het voor ons weer tijd om op pad te gaan. Zondagmorgen rijden we naar het oosten, naar de grens met Cameroen. We gaan proberen op één dag de grens te bereiken. De wegen zouden in goede staat moeten zijn en naar het oosten toe zijn er veel minder roadblocks. Toch is Kevin nog aan het proberen om iemand met ons mee te laten rijden, zodat we zo relaxed als we binnengekomen zijn, ook weer naar buiten kunnen.

We kijken er allemaal naar uit om weer ‘back on the road’ te gaan.
Tot de volgende keer!

DEEL 2

Omdat het verkeer in Lagos in het weekend een heel stuk rustiger is, besloten we op zondag de stad te verlaten en in de richting van de grens te rijden. We zouden het die dag niet halen, dus werd er beslist om in Enugu een overnachtingsplaats te zoeken. In de gids van Nigeria zag ik dat er daar een Protea hotel lag en meteen werd er beslist om aan Abre, de manager van het Protea in Lagos, te vragen of het mogelijk zou zijn dat we daar op de parking zouden overnachten. Abre probeerde zijn collega in Enugu te bereiken, maar dat lukte niet. Linda verzekerde ons echter dat het geen enkel probleem zou zijn, omdat zij de manager in Enugu goed kent. Ze zou, terwijl wij al onderweg waren, nog proberen hem te pakken te krijgen, zodat ze het voor ons kon regelen.

Het was toch wel een beetje spannend om in oostelijke richting te gaan rijden; we hadden nu geen begeleiding meer bij ons, we wisten dat we heel wat roadblocks (maar liefst 64!) zouden tegenkomen en we hadden er niet echt een idee van hoe die zouden verlopen. Maar alles bleek heel goed mee te vallen, op één blokkade na. De tips die we in Lagos gekregen hadden, kwamen nu heel goed van pas, want we werden tegen gehouden door de mannen in de gele hemden, de zogenaamde Special Task Forces, die eigenlijk niet het recht hebben om je papieren te controleren of je een boete te geven, maar die er wel alles aan doen om geld los te peuteren. Het tafereeltje verliep als volgt: er liep een ‘geelhemd’ naar elk voertuig, we draaiden ons raampje een paar centimeter naar beneden en groetten beleefd. Geelhemd deed teken dat we ons venster verder naar beneden moesten draaien, wij weigerden en zeiden dat hij maar moest zeggen wat hij te zeggen had, we zouden hem wel verstaan. Hij vroeg Rolands rijbewijs. Roland hield het tegen het raam gedrukt, Geelhemd zei dat we het hem moesten geven. Wij weigerden opnieuw; Geelhemd probeerde zijn vingers tussen de opening in het venster te wurmen om het alsnog in handen te krijgen, maar Roland schoof eenvoudig zijn rijbewijs wat meer naar beneden. Geelhemd zei opnieuw dat we hem het rijbewijs moesten geven, ik vroeg hem waarom en hij zei dat hij het moest kunnen bestuderen. ‘Sorry meneer, u kan het op deze manier ook bestuderen, maar we geven het u niet in handen.’ Toen hij door had dat er op deze manier niets te rapen viel, gooide hij het over een andere boeg: ‘Uitstappen!’ Wij weigerden. ‘Uitstappen!’ zei Geelhemd opnieuw. ‘Waarom, meneer?’ Tja, dat wist hij eigenlijk ook niet. Deze blanken waren hem blijkbaar te slim af geweest; hier vielen geen centjes te verdienen. Dan maar naar het volgend slachtoffer. Bij Craig probeerde hij het op nog een andere manier: hij moest hem een boete geven omdat hij reed in een auto met het stuur aan de rechterkant en dat was illegaal in Nigeria. ‘Mooi niet meneer, ik heb dat nagevraagd op de Nigeriaanse ambassade in Londen en de ambassadeur zei dat het geen enkel probleem was.’ Verdorie, weer mis. Toch nog even een laatste poging: ‘Meneer, ik moet u een boete geven omdat u te veel spotlichten op uw voertuig heeft en het licht zal te fel zijn, dat is illegaal in Nigeria.’ ‘Dat is geen probleem, meneer, die spots worden niet gebruikt in Nigeria en bovendien zijn die niet illegaal.’ Van ellende riep hij dan maar naar een van de andere geelhemden vooraan: ‘Release them.’ En weg waren we.

Kevin zat ondertussen te broeden op een manier om de roadblocks een beetje soepeler te laten verlopen en even later had hij het perfecte plan. Er werden stickers van The Church op alle ramen gekleefd en we werden omgetoverd tot missiewerkers die het woord van God verspreidden op onze reis naar Zuid-Afrika. The Church is een pub in Londen, die enkel op zondag open is, maar dat is aan de sticker niet te zien. Er staat een kerk op afgebeeld met het woord Church eronder. Perfect! Het plan werkte perfect. Geen enkele roadblock leverde vanaf dat moment nog problemen op en na een rit van ongeveer negenuren (de tweeënvijftig roadblocks van die dag meegeteld) kwamen we aan in het Nike Lake Resort. Linda was er niet in geslaagd om Rudi, de manager, te bereiken en ook wij kregen hem niet te zien, omdat hij uit golfen was. Maar hij zou die dag zeker nog terug komen, dus installeerden we ons op het terras aan het zwembad. Een aantal uren, en evenveel biertjes later, kwam Rudi aan en op een minuut tijd was de zaak geregeld. Er was geen sprake van dat we op de parking zouden overnachten, we kregen allemaal een gratis kamer met alle luxe eigen aan een viersterrenhotel. Yeeha!

Er werd volop genoten van de aangeboden luxe en na een verkwikkende nachtrust, konden we de volgende ochtend op weg naar de grens. We versloegen nog twaalf roadblocks zonder enige problemen, dankzij ‘Father Kevin’ en in de namiddag bereikten we de grenspost. Het nam wat tijd in beslag om het land uit te geraken, omdat alle gegevens uit onze paspoorten genoteerd moesten worden in het ‘grote schrift’, maar alles ging er heel gemoedelijk aan toe.

Goodbye Nigeria and welcome to Cameroon!

verslag 'Benin'verslag 'Kameroen'
Geen frames zichtbaar? Klik hier voor de volledige versie.
Web design: Dominiek Croymans