![]()
"De
helft van het reisplezier is de esthetiek van het verloren zijn." |
|
|
2006-03-20 zie ook fotopagina van Zambia lees ook de reistips over Zambia |
|
|
|
16 – 27 februari 2006 Aan de grens van Botswana staat een lange rij voor
het loket van de douane, die natuurlijk weer nergens te bespeuren valt.
We gaan alvast onze paspoorten laten afstempelen en de dame van de immigratie
trekt dan toch ergens een douanier met zijn kraag uit een of ander kotje
om ons te helpen, want toeristen die met een ‘klein’ voertuig
reizen, hoeven niet aan te schuiven in de rij met de truckchauffeurs. Onze volgende bestemming in Zambia is Lake Kariba, een artificieel meer dat de grens vormt tussen Zambia en Zimbabwe en dat ontstaan is in de jaren vijftig met het indammen van de Zambezi, waarbij 50 000 Tonga’s (het volk dat leefde rond Kariba) en 5 000 dieren (vijfendertig verschillende soorten, waaronder leeuwen, neushoorns en reptielen) geëvacueerd moesten worden naar hoger gelegen gebieden. Aan de kant van Zimbabwe is het meer heel toeristisch uitgebouwd (al zullen de meeste plekken wel leeg staan), maar aan Zambiaanse kant is dat veel minder het geval. We rijden eerst naar Sinazongwe aan het zuidelijke uiteinde van het meer, waar we kunnen kamperen bij Gwembe Safari’s, een lodge die prachtig gelegen is aan de oever van het meer. De lodge is nog maar enkele dagen weer open, maar er is nog heel wat werk voor ze de eerste (rijke) toeristen kunnen ontvangen. Wij zijn de enige gasten en het is er zo kalm en vredig dat we besluiten om een paar dagen te blijven hangen. Dit is echt een plek om weer eens volledig tot rust te komen in de natuur. We willen ‘binnendoor’ naar Siavonga
aan het andere uiteinde van het meer rijden, maar dat blijkt niet mogelijk
te zijn op het einde van het regenseizoen: de weg is onberijdbaar geworden.
Dus moeten we een omweg maken via de verharde weg. In de backpackers in Lusaka is het weer een heel stuk drukker. Het is een komen en gaan van rugzaktoeristen en naast ons op de parking staat een geel Volkswagenbusje. Tom en Bridget zijn een jaar geleden met een ‘round the world ticket’ van Australië naar Amerika gevlogen, hebben een aantal maanden in West-Afrika rond getrokken en zijn dan naar Zuid-Afrika gevlogen, waar ze dit busje gekocht hebben om zuidelijk Afrika te bereizen. Ze komen net uit Zimbabwe, waar ze zes weken hebben rondgetoerd en hun enthousiaste verhalen bevestigen het gevoel dat wij al hadden toen we het land uitreden: dat we meer tijd hadden moeten uittrekken om Zimbabwe grondig te bezoeken. Ook dat zal voor een andere keer zijn, want als we nu opnieuw Zim inrijden, geraken we zeker niet op tijd terug in België. De dieselprijs in Zambia is afschuwelijk hoog (ongeveer 1.25 euro per liter); bovendien is de infrastructuur zodanig uitgebouwd dat je, als verschillende gebieden wil bezoeken, telkens terug naar Lusaka moet rijden. Er zijn zo goed als geen verbindingswegen tussen de grote routes en de weinige die er wel zijn, zijn in dit seizoen onberijdbaar. We besluiten dan maar om via de Great East Road naar Malawi te rijden. We hebben Stefaan gevraagd om een onderdeel van onze compressor op te sturen naar Lilongwe en als alles goed is, zou dat over een kleine week moeten aankomen. Nog genoeg tijd om voor een paar dagen naar South Luangwa National Parc te gaan. Een zeventig kilometer vóór Chipata nemen we een piste die ons naar het zuidelijke puntje van het park moet brengen. We passeren verschillende huttendorpjes en de mensen die we onderweg tegenkomen zijn super vriendelijk. We gaan op zoek naar de Anglicaanse missie in Msoro, want South Luangwa halen we vandaag niet meer. Net als het donker begint te worden, krijgen we een lekke band (nummer acht!). Zoiets gebeurt natuurlijk altijd op de meest onmogelijke momenten, maar met wat hulp van de lokalen, staan we rond negen uur toch voor de deur van de decaan van de missie. Die is er niet, maar zijn jonge vrouw Veronica, nodigt ons uit om in plaats van op het terrein van het schooltje, in hun huis te komen logeren. Zij hebben al gegeten, maar ze wil met veel plezier nog wel iets voor ons klaarmaken. Dat aanbod slaan we toch maar vriendelijk af; het ziet er hier niet naar uit dat ze voedsel in overvloed hebben. ’s Morgens stroomt het erf vol met
kinderen; blijkbaar zorgt deze vrouw voor de voorschoolse opvang. Ze staan
ons allemaal met grote ogen aan te kijken, blanken zien ze hier niet zo
vaak en dat maakt ons tot een echte bezienswaardigheid. In Chipata willen we onze band laten repareren.
Sinds onze klapband in Botswana hebben we maar één reservewiel
meer. Het andere ligt op het dak van Goofy met zo’n grote scheur
erin, dat ie alleen nog maar dienst kan doen als waterreservoir. Op The Wildlife camping in South Luangwa horen we dat heel wat wegen in het park nog steeds afgesloten zijn, de toegangsprijs is behoorlijk hoog en een nightdrive vinden we al helemaal te duur, zeker nu niet het seizoen is. We weten dat South Luangwa een prachtig park is, waar je heel veel wild te zien krijgt (o.a. luipaarden) want we zijn hier vijf jaren geleden al geweest, maar 75 $ voor een park waarvan het grootste gedeelte van de zijwegen afgesloten is, vinden we te veel. Bovendien liggen er nog andere parken op onze route, die we nog niet bezocht hebben. We blijven toch drie nachten op de camping, want er valt genoeg te beleven. Tegen valavond komen de hippo’s aan land om te grazen, een groepje olifanten komt op bezoek en als het helemaal donker is, horen we de hyena’s in de verte lachen en de leeuwen, iets dichterbij, brullen. Er zijn ook weer enkele andere reizigers om mee te kletsen, zoals een Nederlandse vader en zoon, die met z’n tweeën een maand door zuidelijk Afrika trekken, onze Franse buren, de lokale dokter, die zich sinds ze hem in Engeland met pensioen gesteld hebben, hier gevestigd heeft en ook Tom en Bridget komen de dag na ons aan. Bridget en ik gaan ‘schilderijen kijken’ bij Katherina, een Amerikaanse kunstenares die al jaren in Italië woont en nu voor vier maanden in Zambia is. Achteraf horen we van een Schotse jongen dat Katherina in een Brits tijdschrift vermeld werd als behorende tot de top van Europese kunstenaars. Op maandag 27 februari rijden we terug
naar Chipata en vandaar naar de grens met Malawi. Meer daarover in een
volgend verslag. |
|
| Geen
frames zichtbaar? Klik hier voor de volledige
versie.
Web design: Dominiek Croymans |
|